Atlasblokken en kilometerhokken

Atlasblokken en kilometerhokken
Het veldwerk vindt plaats in kilometerhokken, maar wordt zo veel mogelijk georganiseerd via atlasblokken.
Atlasblokken zijn vierkanten van 5x5 km. Noord-Holland kent 166 atlasblokken, ieder met een eigen nummer.
Ieder atlasblok bestaat uit maximaal 25 hokken van 1x1 km: de kilometerhokken, ieder ook met een vaste nummering.
Een deel van de atlasblokken ligt gedeeltelijk in open water (zee, IJsselmeergebied) of buiten de provincie, dus bevat minder kilometerhokken die geteld moeten worden. In totaal liggen er in de provincie ruim 3.100 kilometerhokken.

Het is de bedoeling om per kilometerhok een complete soortenlijst op te stellen voor alle vier seizoenen.
In principe gaat het hierbij alleen om de aanwezigheid van soorten die aan het gebied gebonden zijn. Overvliegende vogels tellen in de meeste gevallen niet mee.
Voor een zo volledig mogelijke lijst van broedvogels per kilometerhok te krijgen moet in de broedtijd (maart-juli) een broedzekerheidscode (verder broedcode genoemd) ingevuld wordt.

De keuze welk atlasblok te onderzoeken staat ieder vrij, maar binnen elk atlasblok moeten in principe alle kilometerhokken worden onderzocht.  Hierdoor en door het noteren van een broedcode zijn de gegevens in ieder geval goed vergelijkbaar met die van beide eerdere provinciale broedvogelatlassen.

Figuur hier onder links is schematisch beeld van alle atlasblokken die geheel of gedeeltelijk in Noord-Holland vallen met 1-9, 10-19 en 20-25 kilometerhokken per atlasblok. Rechts de atlasblokken die groen zijn worden geteld en wit die nog niet worden geteld.

Atlasblokken

Atlasblokken waar wordt geteld