Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland

Vogelwerkgroep Noordhollands Noorderkwartier (1960-1980)
De wieg van het tijdschrift De Pieper, orgaan van de Vogelwerkgroep Noordhollands Noorderkwartier stond achter de Hondsbossche zeewering, bij de Putten, in de jaren zestig hangplek van vele ongeorganiseerde vogelaars. Daar werd in juni 1960 door een aantal jonge honden van rond de twintig het plan gesmeed om een speciale vogelvereniging op te richten, om tot een geregelder en intensievere communicatie te komen tussen de mensen die elkaar anders op de belangrijke vogelplekken te hooi en te gras ontmoetten.

J.L van IJzendoorn, de eerste voorzitter
Op 12 september 1960 werd in Schagen de VWG Noordhollands Noorderkwartier opgericht en via een gestencild mededelingenblaadje ontstond al gauw het plan een tijdschrift uit te geven. Dat gebeurde in 1962. Toen verscheen de eerste Pieper, genoemd naar de graspieper, een vogeltje dat overal voorkwam, symbool van de duinen én het vlakke open landschap waar het werkgebied van de VWG lag: Noord-Holland boven het Noordzeekanaal. Omdat de contacten met al bestaande werkgroepen, zoals in Castricum en de Zaanstreek in die tijd nogal moeizaam verliepen, zag de VWG zich voor de opdracht gesteld alles te berichten over de vogelwereld van heel Noord-Holland, met het Noordzeekanaal als een soort ijzeren gordijn. Zo bleef dat 20 jaar!
De eerste voorzitter was: J.L. van IJzendoorn.
In de statuten stond dat de Vogelwerkgroep Nooordhollands Noorderkwartier zich ten doel stelt belangstelling voor de veldornithologie en de uitoefening ervan te bevorderen, in het bijzonder in Noordhollands Noorderkwartier. Daartoe worden excursies, lezingen, contactavonden en weekends georganiseerd, terwijl negen maal per jaar het verenigingsorgaan 'De Pieper' wordt uitgegeven. Daarnaast verschijnen er regelmatig publicaties over het vogelleven in het gebied.
Op 10 december 1980 is de vogelwerkgroep Noordhollands Noorderkwartier tijdens een algemene ledenvergadering opgeheven.
Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland
Voorzitterschap: Peter C. Meijer uit Slootdorp
Na opheffing van de Vogelwerkgroep Noordhollands Noorderkwartier wordt er een voorlopig bestuur gevormd onder voorzitterschap van Peter C. Meijer. Al heel snel, op 31 december 1980 passeerden de statuten van de ‘Stichting Samenwerkende Vogelwerkgroepen’ bij notaris Nipperus te Amsterdam.
Artikel 1: Naam en zetel
De Stichting is genaamd ‘Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland’en is gevestigd te Zaanstad. Hier woonde de eerste secretaris Jan Heijink.
Doel en middelen
Artikel 2. 1. De Stichting heeft ten doel het stimuleren en coördineren van veldornithologisch onderzoek in de gehele huidige provincie Noord-Holland.
2. De Stichting tracht het doel te bereiken door het organiseren van door alle of een deel van de deelnemers gezamenlijk te verrichten onderzoek van vogels; het uitgeven van een tijdschrift over de veldornithologie van Noord-Holland en andere activiteiten die tot dit doel kunnen leiden.
Op dertien november 1991 werd artikel 2 lid 1 van de statuten aangevuld wat de doelstelling betreft met: b. ‘de bescherming van in het wild levende vogels en hun leefomgeving en daarmee natuurbescherming in het algemeen.
lid 2. de Stichting tracht de gestelde doelen te bereiken door:
In februari 1981 kwam het bestuur van de Samenwerkende Vogelwerkgroepen voor het eerst bijeen onder voorzitterschap van Peter C. Meijer. Vanaf dit moment volgt de coördinatie van activiteiten op gebied van vogels. SVN functioneerde als een districtsgroep voor de Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland (Sovon).
Peter Boer was degene die het toenmalige bestuur vroeg te komen tot een boek waarin de broedvogels van Noord-Holland werden opgenomen.
Ook een boek over Winter- en Trekvogels was gewenst, maar tot nu toe is dit nog niet gerealiseerd.
Wel wordt er op dit moment gewerkt aan een Broedvogelatlas voor Noord-Holland.
Op 16 januari 1990 heeft de Stichting Samenwerkende Vogelwerkgroepen een ‘Stichting Uitgeverij S.V.N.’ in het leven geroepen. Ook hier is de zetel te Zaanstad en is de toenmalige penningmeester, Wim Stam uit Assendelft, degene die de akte bij notaris Lamers heeft laten passeren.
Artikel 2 geeft het doel van deze stichting aan:
1. De stichting heeft ten doel om met behulp van een daartoe bestemd vermogen, voor wetenschappelijke doeleinden en ten dienste van vogel- en natuurbescherming, gegevens vast te leggen en te verspreiden, zulks in samenwerking met en overeenkomstig de ideeën van de ‘Stichting Samenwerkende Vogelwerkgroepen’, gevestigd te Zaanstad.
2. De stichting tracht het doel ondermeer te verwezenlijken door het uitgeven van publicaties en andere geschriften en door het ondernemen van al die activiteiten die aan vorenstaande doelomschrijving bevorderlijk zijn.

Afscheid Peter C. Meijer
Voorzitterschap Hugh Gallacher 1991-1999.
Hugh schrijft: ‘Ik heb voorzitter van de SVN mogen zijn van 1991 tot en met (om en nabij ) 1999. In die jaren speelde vooral de vraag hoe de SVN als ontmoetingspunt voor vogelstudie daarnaast ook nog gezamenlijke vogelbeschermingactiviteiten zou kunnen ondernemen. Zo heeft de SVN zich een positie verworven in de beleidsontwikkeling door de provincie Noord-Holland inzake faunabescherming en faunabeheer. Die laatste term is helaas maar al te vaak synoniem voor "jagen" en ik bewaar dan ook levendige herinneringen aan het Provinciaal Overleg Faunaangelegenheden, waarin niet al te deskundige provincieambtenaren verwoede pogingen deden orde te scheppen in een verzameling hele en halve jagers en halve en hele natuurbeschermers die door boerenorganisaties, terreinbeheerders, natuurorganisaties en (jawel:) de KNJV waren afgevaardigd. Landschap Noord-Holland en Natuurmonumenten ondersteunden helaas niet altijd de inzet van SVN en zij lieten de adviezen van het Provinciaal Overleg voor wat zij waren.
Succesvoller was de SVN-bemoeienis met het faunabeheer op het luchthaventerrein Schiphol. Onder het voorwendsel "veiligheid heiligt alle middelen" placht de verantwoordelijk functionaris op zo'n beetje alles te schieten wat hem voor de loop kwam: eenden, meeuwen, reigers, bokjes (!) en, vooral tegen kersttijd, veel hazen. De SVN opende overleg en voor het eerst moest Schiphol rekening en verantwoording afleggen. Om SVN te plezieren kwam er zelfs een officieel jaarverslag waarin de geschoten aantallen werden verantwoord. Schiphol bleek bereid het grasbeheer rond de startbanen een ecologische basis te geven en te streven naar verschraling en naar lang gras (waardoor er minder kieviten en andere weidevogels langs de banen verbleven. Roofvogels werden weggevangen en ver buiten Noord-Holland losgelaten en zelfs werden experimenten opgezet met collies om ongewenste vogelconcentraties te verjagen. Dit toonde aan dat een gedreven , deskundige en kritische vogelorganisaties als SVN, als het erop aan komt, heel wat in de melk te brokkelen kan krijgen. Als voorzitter heeft dit mij altijd zeer gemotiveerd’.
Van 1999 tot 2006 was Wim Ruitenbeek waarnemend voorzitter. Jan van der Ben werd vanaf 2007 weer een echte voorzitter.
De eerste nummers van De Pieper waren gestencilde blaadjes, wiegedrukken bijna, met een voorgedrukt kaftje. Op het eerste nummer stond een geïmproviseerde tekening, de daaropvolgende nummers kregen een omslag waarop twee graspiepers stonden, één baltsend, en één zittend op de grond, vormgegeven door J.P. Reijdon, met een kaartje van het werkgebied. De eerste heeft het, zij het in wat gewijzigde vorm, 20 jaar overleefd.

Tweede nummer van De Pieper
De gestencilde uitgaven maakten al vanaf de vierde jaargang in 1965 plaats voor een goed ogend tijdschrift op A4-formaat.Vanaf die tijd besloot men 10 Piepers per jaar te laten verschijnen, waarin het al bestaande mededelingenblad werd opgenomen. Het bleef in die vorm bestaan tot 1971. Toen kreeg De Pieper een ander jasje, werd ongeveer half zo groot, en leverde op het voorblad de zittende graspieper in. En zo bleef het tot het opging in De Graspieper!

latere jasje van De Pieper
De illustraties zijn altijd erg beperkt gebleven, aarzelend verscheen hier en daar een tekening, de eerste grijsfoto verscheen pas in 1975, een kleine rietgans op de toendra’s in IJsland, maar het tijdperk van de verbluffende vogelfoto's kwam pas veel later.
Degenen die met groot enthousiasme hun schouders onder het werk zetten waren vogels van zeer diverse pluimage. Naast G.R. Monsees, Chr. Van Orden, P. Boer Jr, K.v.d. Vlies, mej. G. Zwaan en K de Vet Jr, de al genoemde jonge honden, waren er ook oude, gevestigde namen die zich met vereniging en tijdschrift bemoeiden, zoals de heren W.J. Resoort en A.L.J. van IJzendoorn. Het werk van bestuur en redactie van het blad was sterk verweven. In de eerste 10 jaar passeren vele namen: naast de al genoemde: Klaver, Tijm, Top, Westra, Woets, Steenhart, Koning, Tamis, van Brenkelen, Kersting. Allemaal heren en mejuffrouws, voornamen bestonden nog niet, Gré van der Baan vormde de enige uitzondering! In de tweede helft van haar bestaan komen vele nieuwe namen naar voren: H.H. Niesen, F. Versluijs, mej. M.C. Zomerdijk, N.J.M. Dekker, J.G. Grotenhuis, J. Marbus, J.L. Verhoeven, M.v.d. Steeg, A. G. Litjens, W. Ruitenbeek, M.v.d.Lee en vele anderen.
Dat de ideeën aansloegen blijkt uit de snelle groei van het leden/abonnementenbestand. In 1965 al waren er bijna 200 betalende lezers. De Pieper was een gat in de toen nog schrale vogelmarkt. Natuurlijk was dat getal in economisch opzicht nog te gering. Een streven naar 400 abonnees was het doel. Uit reclameoverwegingen werd de oplage verhoogd tot 500 exemplaren. Door advertenties probeerde men de nodige aanvullende financiën te vinden, meestal van bedrijven die kennelijk klandizie zagen in het toentertijd nog nauwelijks bekende fenomeen vogelaar. Een greep uit de advertenties: rashonden, geldleningen per post, aquarium en hengelsport, autoverhuur, pluimveevoerbakken, regeninstallaties, zangkanaries, konijnenkorrels, opzetten van vogels, zaad van wereldkampioenen.